Home  >  Vraag en antwoord  >  Specifiek voor zorgaanbieders

Specifiek voor zorgaanbieders

Gelden deze aanpassingen ook voor kleine zorgaanbieders?

Antwoord: Jazeker, want deze wijzigingen leiden er ook toe dat kleinere zorgaanbieders beter met de nieuwe berekeningswijze en tarieven zullen uitkomen dan voorheen. Juist door de introductie van de uniforme en reële tarieven voor 2017. Het probleem van kleinere zorgaanbieders was dat zij door beperkte cliëntaantallen niet altijd goed uitkwamen met het specifiek voor hen vastgestelde gemiddelde tarief. Hoewel er straks nog steeds sprake is van een gemiddeld tarief is de bandbreedte waarbinnen dit tarief zich beweegt veel smaller dan
nu.

Waarom werken de gemeenten niet op dezelfde wijze, dat zou toch voor gemeenten en aanbieders veel praktischer zijn?

Antwoord: dat is het gevolg van deze decentralisaties: gemeenten zijn autonoom en mogen binnen de wettelijke kaders hun eigen beleid vaststellen. En dat leidt tot deze verschillen. Weliswaar sturen we vanuit inkoop en beleid zoveel mogelijk op een gezamenlijk beleid, maar verschillen zullen er blijven zolang gemeenten de verantwoordelijkheid hebben over de gedecentraliseerde taken.

Wat kun je als aanbieder doen als je het niet eens bent met de beslissing van de toegang over de indeling van jouw cliënt in de nieuwe arrangementen?

Antwoord: allereerst contact opnemen met uw contactpersoon bij team inkoop en de situatie bespreken. Eventueel kan team inkoop nog adviseren aan de gemeentelijke toegang. De toegang beslist echter. Als aanbieder, team inkoop en toegang hier in onderling overleg niet uitkomen dan geldt dat de cliënt juridisch belanghebbende is. Eventueel kan hij tegen de beslissing/beschikking van de gemeente bezwaar kan instellen en eventueel in beroep bij de rechtbank kan gaan. De zorgaanbieder is in deze juridisch gezien geen belanghebbende. Wel kunt u een klacht indienen bij de klachtencommissie van de desbetreffende gemeente, maar dat heeft niet dezelfde status als de rechtsbescherming die de burger geniet.

Voor de Wmo gaan we vanaf 1 januari 2017 met maandafrekening werken. Wat doen we dan met de declaraties als cliënten bij de dagbesteding niet komen opdagen, bijvoorbeeld wegens ziekte? Hoe omgaan met no show? Hoe afrekenen?

Antwoord: De afrekening bij de Wmo dienstverlening gebeurt in maandarrangementen. Dit is steeds hetzelfde bedrag. De hoogte hiervan is afhankelijk van de indeling. Alleen als in een maand geen enkele eenheid wordt gerealiseerd (en er dus geen zorg is geboden) kan het maandarrangement bij de betreffende cliënt niet worden gedeclareerd. Dit wordt ook zo

Voor de indeling in de verschillende segmenten is voor Jeugd een uitvraag gedaan. Wanneer vindt dit voor de Wmo plaats?

Antwoord: begin december 2016 is deze uitvraag uitgegaan, incl. Beschermd Wonen. Aanbieders hebben tot 1 februari de tijd om deze informatie aan te reiken. Team Inkoop vergelijkt dit met de beschikbare spiegelinformatie en komt hier in het geval van grote afwijkingen op terug bij de aanbieders. Uiterlijk 1 maart 2017 zal dan de definitieve indeling plaatsvinden en zal deze in de systemen worden ingebracht.

Wat moeten we doen met de oude productcodes in onze administratie?

Antwoord: blijf nog even werken met de oude codes. Zodra de nieuwe codes ingevoerd worden zal team inkoop met nadere instructies komen hoe deze moeten worden gebruikt. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe codes zal tot grote vertraging leiden bij de jaarafsluiting 2016!

Hoe moeten we omgaan met cliënten waarvan de beschikking eind 2016 afloopt, maar waarvan de behandeling in 2017 door zou moeten lopen? Vallen deze ook onder het omklapscenario of zijn dit cliënten die meteen in 2017 als nieuwe gevallen moeten worden aangemerkt?

Antwoord: Ja, deze vallen onder het omklapscenario. Voor Wmo geldt, dat alle beschikkingen die eind 2016 aflopen maar waarvan voorzienbaar is dat de zorg gecontinueerd dient te worden, er een inschatting van de indeling in de nieuwe arrangementstructuur gemaakt moet worden. Ook voor de nieuwe instroom vanaf 1 januari 2017 geldt dat deze onder de nieuwe indeling valt.
Voor Jeugd geldt dat wanneer u reeds een bevestiging heeft van de gemeente dat een cliënt door kan gaan in 2017, u deze cliënt kunt meenemen in de uitvraag. Als u nog geen duidelijkheid heeft hierover dan kan dat niet. In het herindicatieproces dat u samen met cliënt en gemeente doorloopt, kunt u gezamenlijk de indeling in de nieuwe arrangementen doen. De gemeente kan dan bij afgifte van de beschikking aan cliënt en bij toewijzing van het arrangement aan u als aanbieder het juiste arrangement aangeven.

De VOG heeft een geldigheid van 2 jaar, maar moet volgens de DVO jaarlijks worden vernieuwd. Hoe zit dit? En geldt de verplichting van het hebben van een VOG ook voor stagiairs en vrijwilligers?

Antwoord: je moet als zorgaanbieder over een recente VOG van jouw werknemers en vrijwilligers beschikken. Hoewel dat niet met zoveel woorden is opgenomen in de kwaliteitseisen geldt dit ook voor stagiairs. In de DVO is niet geregeld dat deze jaarlijks moet worden vernieuwd. Uiteraard moet het gaan om een geldige VOG, als de geldigheid is verstreken is niet aan deze eis voldaan.

Welke definities hanteren jullie bij de begrippen MBO, HBO, HBO+, WO en WO+?

Antwoord: In de regel geldt hier dat het niveau van de opleiding bepalend is voor de vacature die door een medewerker wordt vervuld. Als iemand een functie kan vervullen op MBO, is het niveau van de functie MBO-niveau. Ook als hier bijvoorbeeld een HBO’er op zou werken. Het niveau van de functie is dus leidend, niet dat van de functiehouder. In het eerder genoemde voorbeeld, is de functie dus op MBO niveau. Als leidraad kunt u http://www.nationaleberoepengids.nl raadplegen.

Onder HBO+ wordt verstaan een functie waarbinnen een voor de te leveren zorg relevante HBO-diploma, voor de te leveren zorg noodzakelijk aanvullende (Post HBO-)opleidingen en meer dan drie jaar werkervaring (cumulatief) vereist zijn. Zonder de laatstgenoemde werkervaring kan de zorg niet worden geleverd. Hierbij moet onder anderen gedacht worden aan een verpleegkundig specialist.

WO+: Hierbij gaat het om WO’ers waar het noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun functie om een Post-WO/ post-Master gevolgd te hebben. Het klassieke voorbeeld binnen de jeugdhulp hiervan zijn psychiaters.


Deelnemende gemeenten
Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg